Tekst en fotografie: Désirée Verkaar
(eerder verschenen in Viva España", maart 2008)
Rustig aan
Misschien komt het door dat moeiteloze fietsen, maar het is verrassend eenvoudig om zelf in het trage ritme te
glijden waar dit deel van Spanje om bekend staat. Enkele kilometers of uren verwijderd van de hectiek van steden
en luchthavens gebaart de avondzon dat je mag gaan zitten, fluisteren vrolijke mussen dat je het rustig aan kunt
doen, strekt het wijdse landschap zijn armen naar je uit om je vermoeide zintuigen te masseren. De gastvrije
Spanjaarden doen de rest met goddelijke, licht gekoelde Crianza en gemarineerde olijven met pittige serranoham
uit Coripe, een van de witte dorpen langs de route.
Slechts een uur rijden de andere kant op ligt de Spaanse zuidkust, maar de omgeving van deze Via Verde is toch
nog redelijk onontdekt door toeristen – al komen in het weekend veel Spanjaarden er een dagje fietsen of wandelen.
Wij zijn er op een doordeweekse dag en komen nauwelijks iemand tegen. Het suizen van de wind langs je oren,
zingende vogels of krekels en het gedempt ratelen van rubber banden op asfalt zijn de enige geluiden. Het doet
vergeten melodiën zachtjes neuriën in je hoofd.
We overnachten, geheel in stijl, in een van de gerestaureerde stationsgebouwtjes. Drie van de vijf estaciones
langs de route – die van Olvera, Coripe en Puerto Serrano – zijn omgebouwd tot herberg met kamers zonder al te
veel overbodige luxe en een verse, eenvoudige keuken vol plaatselijke producten. Omdat ze direct aan het 'spoor'
liggen, iets buiten het dorp zelf, lijkt het ook hier alsof we mijlen verwijderd zijn van bewoonde wereld en gewone
leven. De herinnering eraan zakt verder weg terwijl de ondergaande zon elke nevelige heuveltop in de verte een eigen
tint oranje geeft.
Statige Keizerinnen
De volgende dag ontmoeten we enkele bewoners van het gebied die ongetwijfeld óók gelukkig zijn dat de trein er nooit
kwam. Op de Peñón de Zaframagón, de steile rots die zo hoog boven de heuvels uittorent dat hij vanaf de hele route
te zien is als een baken in de verte, leeft een grote kolonie vale gieren. Ruim honderdvijftig paren van deze
indrukwekkende dieren – met een spanwijdte van wel tweeënhalve meter de grootste roofvogels die in Europa voorkomen
– broeden op de rotsformatie. In een toepasselijk traag ritme cirkelen ze boven de bergen, statig als keizerinnen.
Met hun gespreide vleugels met slagpennen die eruit zien als uitgestrekte vingers, steken ze prachtig af tegen de
lucht.
In het oude station van Zaframagón is een centrum gevestigd waar de gieren bestudeerd worden. Onderzoekers én gewone
kunnen het nestelen van de vogels van dichtbij live volgen op een scherm in het centrum, want vorig jaar is in de rots
een camera geplaatst. Vanuit het centrum kan de camera draaien en inzoomen – bijvoorbeeld op het ene kuiken dat elk
paartje jaarlijks opvoedt. In het bezoekerscentrum is een kleine tentoonstelling ingericht over de vale gieren en
inwoners van het natuurgebied, zoals valken en uilen.
Een paar kilometer verderop komen we door de ‘castillo tunnel’, die met maar liefst 990 meter de langste tunnel op
het traject is. Net als in de andere langere tunnels springen er automatisch lichten op zonne-energie aan zodra je
er binnenrijdt, die poortjes van zwak licht vormen in de aardedonkere gang. In de koele buik van de berg –
het blijft hier het jaar rond zo’n negentien graden – echoën stemmen vreemd heen er weer. De tunnels hebben namen
van plaatsen of anekdotes: verderop ligt bijvoorbeeld de ‘skelet tunnel’, waar bij het restaureren een onbekend
skelet uit tevoorschijn zou zijn gekomen. De ‘champignontunnel’ werd vroeger gebruikt voor de kweek van paddestoelen:
het vreemd koele, vochtige klimaat binnenin de tunnels was hier ideaal voor.
Désirée Verkaar is zelfstandig fotograaf, journalist en auteur. Haar favoriete onderwerpen: eten, drinken, reizen, leven - Meer ...